De wijnproductie binnen Australië begon niet veel nadat de Eerste Vloot aankwam. Naar het schijnt was het gouverneur Phillip zelf die ermee begon, hij had stekken meegenomen uit Zuid-Afrika om zijn wijngaard bij Sydney te starten. Maar de Schot James Busby wordt als de vader van de Australische wijn beschouwt. Uiteindelijk heeft iedere staat wel een wijnstreek, de ene al bekender en prestigieuzer als de andere. Wij zouden Hunter Valley bezoeken, niet omdat het de beste Australische wijn heeft maar omdat het voor ons het gemakkelijkst te bezoeken is.
Hunter Valley ligt zoals de naam verraadt in een vallei, we moeten bij Cessnock raken, daar begint de rondrit. Vandaag is het mooi weer, de zon schijnt en er is soms zelfs meer blauw dan wit te zien in de lucht.
Alles ziet er proper en verzorgt uit. De wijngaarden mooi op een rij, weinig tot geen onkruid te zien, hier en daar zelfs bijhorende bloemetjes. Wij kennen zelf niet veel van wijn, maar dat weerhield ons niet om vandaag te proberen en paar wijnhuizen te bezoeken. De eerste die we tegenkwamen was Tempus Two, een wijnhuis met een strakke architectuur en bijhorend imago. Ze leveren er zelfs de mensen via helicopter. Ik denk trouwens dat het woord tempus een betekenis heeft in één of andere Aziatische taal, het was populair bij de spleetoogjes.
Na een paar wijnen te proeven besloten we terug richting campervan te gaan. Veel te veel gedrum door veel te kleine mensen. Veel te veel wijnhuizen om nu al geld op te doen! We gingen richting McGuigan Cellar, dat was eigenlijk de buur van waar we kwamen. Alle wijnhuizen liggen hier vrij dicht bij elkaar. Lang zijn we hier ook niet gebleven, we kregen wat kleine glaasjes en wat uitleg maar er zat niets tussen dat onze smaakpupillen zo verbaasde om onze portemonnee boven te halen.
Toch maar even onze Capitool bovenhalen, daarin stonden twee pagina's volledig toegewijd aan de Hunter Valley, ze stelden zelfs een route voor. Er staat iets in over een organische wijngaard, Tamburlaine heet ze. Als je het domein binnenkomt vragen ze je om traag te rijden, er zijn namelijk wormen en microben en soms wat mensen aan het werk. Hier proeven we de oudste wijn van de kaart en ze is meteen verkocht.
We kennen niet veel van wijn, en bij iedere wijn die je proeft verteld de persoon van het wijnhuis eigenlijk al wat je zou moeten proeven. Het is dus niet moeilijk om te doen alsof je er iets van kent. Maar om eerlijk te zijn, je leert het wel na een tijdje om het te proeven. En normaal spuw je het ook uit, wat we niet deden, met alle gevolgen vandien. Want in Lindemans en Rosemount Estate, een wijnhuis dat er eigenlijk twee zijn maar van dezelfde eigenaar, gingen ze gretig de hele lijst af. En we hebben zelfs de rode wijn overgeslaan.
We moesten nu toch wel iets te eten hebben. Er was er nog eentje die onze reisgids aanbevool: McWilliams. Onderweg naar het wijnhuis kwamen we roadworks tegen en aangezien we in een happy mood, op vakantie en geen tijdsgebrek (of besef) hadden bleven we rustig wachten tot de meneer met het bordje ons de gele kant zou laten zien. Tijdens onze rondrit down under al heel wat roadworks tegengekomen en er staat meestal bij het begin een persoon die zijn roeping gemist heeft. Hij had evengoed lollypopman bij een F1 team kunnen worden.
Aangezien het een tiental minuten ging duren alvorens hij ons de andere kant van het bord zou laten zien, en ik nieuwsgierig was naar wat de job eigenlijk inhoudt, begonnen we een praatje te slaan. Blijkt dat hij dit een hele dag doet, en als het meezit een kwartiertje afgelost wordt door een collega. Hij zal nogal een blaasinhoud gekweekt hebben over de jaren.
McWilliams staat bekent om zijn witte wijnen. De vriendelijke sommelier liet ons zijn beste wijnen proeven. Hier was het al minder druk dan in het begin, geen pretentieus gedoe met helicopters of andere poepchique vervoermiddelen. Toen hij hoorde dat we van Belgïe kwamen vertelde hij ons dat hij een vlaams gezegde wist, en onze gekochte wijn pas gingen geven als we It's like an angel pissing in my mouth in het vlaams zouden zeggen.
We reden zuidwaards langs de kust, geen idee waar we terecht zouden komen. We kozen ervoor om een zandweggetje doorheen Wyrrabalong National Park te nemen, het avontuur opzoeken. Elke loodste ons er doorheen, we kwamen aan in The Entrance. Het zag er een mooi kustdorpje uit, nu nog een bordje vinden die ons naar een camping brengt. We hadden er één op de weg tegengekomen maar we gingen even het centrum verkennen in de hoop er misschien nog een paar tegen te komen zodat we de beste eruit konnen kiezen. We gaven het na een tijdje op en keerden over de brug terug naar de eerste camping die we zagen.
Snel naar de winkel, we hadden zin om eens gebruik te maken van de barbie, ze zijn immers op elke camping beschikbaar. Onze McDonalds radar ging in het rood, tijd om nog eens een poging te doen om onze blog bij te werken.
Het ging weer zoals gewoonlijk aan de trage kant en we gaven het uiteindelijk op. Dan maar terug richting camping, het was ondertussen al rond een uur of acht.
Aangekomen bij de campingkitchen was er een feestje aan de gang voor een jonge knaap van een jaar of zeven. Ze namen twee van de drie barbies in beslag en de derde deed het niet al te best. De man bood één van de twee vriendelijk aan "It's already hot mate". Ik zwierde onze kip en steak erop, Elke deed de groentjes met als voorgerecht een advocado, die zijn hier echt zéér smakelijk.
Tijdens de afwas was ik de man goed in het oog aan het houden, er wordt immers van je verwacht dat je de barbie zelf proper maakt voor de volgende gebruiker. Ik had dit nog niet echt gedaan en was er eigenlijk niet goed op voorbereid. De barbies zijn hier op electriciteit of op gas, en het vlees wordt altijd op een ijzeren plaat gekookt, niet zoals bij ons op een rooster. Er hangen om te kuisen van die plamuurmessen aan een ketting, kwestie dat de volgende ze ook nog kan gebruiken. Ik raakte aan de praat met de barbiebuur, hij bleek een kiwi te zijn en had zelfs al van Belgïe gehoord. Meer zelfs, was al in Brussel geweest en kon ons zelfs vertellen over "Mennenken Pis".
Alsof hij de leader of the pack was kwam de hele groep plots met ons praten, we kregen zelfs een stuk verjaardagscake verplicht aangeboden. Ik stak het snel in mijn mond, gelukkig was het stuk niet te groot. Ik ben geen snoeper en kan mezelf geen taartkenner noemen maar het viel wel mee. Ze vertelden ons dat er straks, binnen zo'n 10 minuten een vuurwerk te zien zou zijn langs het water, om een reden die ze ook niet wisten. Who cares anyway?
Come have a beer later on, zei de kiwi. Geen probleem, waar zit je ergens? You'll find us, we're with this group by the water. Ok, tot straks.
Geen groep te vinden, we zijn zeker vier keer de camping rondgelopen, de mensen begonnen ons al raar te bekijken. Wacht eens, is dat daar geen groep mensen buiten die tent, Elke?
We hadden een fles wijn meegenomen die we in de Valley gekocht hadden maar ze wouden geen glas, ze hadden zelf wijn en bier ter beschikking. Het zou nog een gezellige avond worden en we leerden opnieuw mensen kennen maar geen echte Ozzi's. Kiwi's, Pom's en een koppel afkomstig uit Noord-Ierland.
Jap out.